Skip to main content

Workshop 1

Koningin Beatrix, 12 april 1983, Herinneringscentrum Kamp Westerbork
Koningin Beatrix, 12 april 1983.
Foto: Rob Bogaerts / Anefo (CC4.0)

Lager ohne Grenzen / Kampen zonder grenzen

Voordracht:
Imke Müller-Hellmann, auteur van het boek ‘Verschwunden in Deutschland’ (Osburg Verlag, 2014) / ‘Verdwenen in Duitsland; Levensverhalen van slachtoffers van concentratiekamp Engerhafe. Een zoektocht door Europa’ (Wijdemeer, 2018)

Gespreksleider:
Dr. Hinke Piersma, senior onderzoeker, NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies

Discussiebijdragen:
Dr. Sebastian Weitkamp, senior onderzoeker, Gedenkstätte Esterwegen
Drs. Dirk Mulder, directeur Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Thema:
Het geweld van de nazi’s vond beschutting op dunbevolkte plekken in de Duits-Nederlandse grensstreek. Kamp Westerbork vormde een schakelfunctie in de genocide op de Joden en Roma in Nederland. Van de 102.000 Joodse slachtoffers uit dit land verbleven de meeste kortstondig in het Durchgangslager, voordat zij werden doorgestuurd naar de vernietigingskampen.

Aan de Duitse zijde van de grens boden ongecultiveerde veengebieden een Tatort voor de terreur die vanaf 1933 losbarstte. De SS liet in deze Emslandlager eerst politieke tegenstanders werken, later werden hier ook Jehova’s getuigen, homo’s en verzetsstrijders uit onder andere Nederland opgesloten.

In 1983 opende het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Gedenkstätte Esterwegen verwerkt sinds 2007 de geschiedenis van de Emslandkampen. Naast Esterwegen en Westerbork zijn er veel andere, kleinere plaatsen van herinnering in ons grensgebied die verbonden is met de naziterreur.

Hoe kunnen we op een gemeenschappelijke manier omgaan met dit beladen erfgoed? Is er behoefte aan (meer) grensoverschrijdend herdenken en zo ja, welke gelegenheden bieden de plaatsen van herinnering hiertoe? In deze workshop willen we deze vragen verkennen. Daarbij zal ook gezocht worden naar de onderwerpen en vormen van herdenken die geschikt zijn voor een grensoverschrijdende aanpak.

Workshop 2

„Wunderkammern“ – Möglichkeiten grenzübergreifender Museumsarbeit und kulturelles Erbe / Mogelijkheden grensoverschrijdende aanpak musea en cultureel erfgoed

Voordracht en gespreksleider:
Dr. Sebastian Traunmüller, cultuurmanager, Emsländische Landschaft e.V.

Discussiebijdragen:
Vertegenwoordigers van diverse musea

Thema:
De traditionele kerntaken van musea, het verzamelen, conserveren en onderzoeken als basis voor tentoonstellingen en culturele overdracht, staan meer dan ooit in een spanningsveld tussen het verleden en onze hedendaagse cultuur. Dit biedt nieuwe uitdagingen, maar ook grote kansen voor musea. Een veranderend publiek in een veranderende samenleving verandert automatisch onze cultuur, ons cultureel erfgoed en de betekenis daarvan.

Temidden van deze sociaal-culturele transities worden musea aangemoedigd om nieuwe concepten en strategieën te bedenken. Dit voorkomt dat zij inboeten aan maatschappelijke relevantie en borgt collectiebeheer op een vernieuwende manier. Grensoverschrijdende samenwerking en partnerschap met andere niet-museale instellingen helpen om verbindingen te leggen met de actualiteit en onze alledaagse cultuur. Immers, samenwerking verruimt het perspectief en kan stimulerend werken. Zo kunnen we cultuur en cultureel erfgoed op nieuwe manieren presenteren en ervaren. 

Hoe zou een samenwerking eruit kunnen zien en welke gemeenschappelijke strategieën kunnen bijdragen aan vitale musea? Welke concepten van grens- en sectoroverschrijdende samenwerking bieden mogelijkheden om cultureel erfgoed en musea ook in de toekomst met elkaar te verbinden? Deze en andere vragen komen in de workshop aan bod.

Workshop 3

Orte der Wiederverständigung / Plaatsen van hernieuwde verstandhouding

Gespreksleider:
Ilona Riek, MA, directeur bibliotheek in het ‘Haus der Niederlande’, Universität Münster

Korte voordrachten:
Henk Nijkeuter, hoofd Collectie & Publiek, Drents Archief
Helmut Collmann, voorzitter Interfriese Raad

Thema:
Wiederverständigung: dit Duitse begrip maakt pijnlijk duidelijk wat er na de Tweede Wereldoorlog ontbrak aan de relatie tussen Nederlanders en Duitsers. Door de wonden van de oorlog was er veel wederzijds onbegrip. De Nederlands konden de misdaden van hun oosterbuur niet verkroppen.

Dit was ook één van de redenen van de annexatieclaims, waardoor inwoners van Ostfriesland, Emsland en Grafschaft Bentheim bang waren om hun Heimat te verliezen. De annexatieclaims bleken nagenoeg onrealistisch en het contact tussen beide landen herstelde relatief snel.

Een onderbelichte bijdrage aan de Wiederverständigung werd geleverd door culturele organisaties aan weerszijden van de grens. Tussen de Nederlandse provincie Fryslan en de Duitse regio’s Ost- en Nordfriesland werden bijvoorbeeld uitwisselingen georganiseerd. Deze werden georganiseerd door de Interfriese Raad, die nog altijd bestaat. In Drenthe en de Grafschaft Bentheim troffen genootschappen elkaar.

Ook in Groningen zijn er voorbeelden van Wiederverständigung te vinden. De ontmoetingen vonden vaak plaats op symbolische plaatsen en leidde tot contacten die mogelijk nog intensiever waren dan voor de Tweede Wereldoorlog. De vraag die we in deze workshop gaan verkennen, is of dit thema zich leent voor samenwerking. Verdienen de culturele contacten in ons grensgebied meer aandacht? Welke inhoudelijke en/of organisatorische aanpak zou hierbij passen?